Inleiding:
In de zomer van 2026
zijn David, Sven en Jan een week wezen wandelen met rugzak en tent. Deze keer
liepen ze zo'n 105 kilometer op de Adlerweg in Oostenrijk. Eigenlijk zou René
ook meegaan, maar helaas moest hij vanwege privéomstandigheden op het allerlaatste
moment afzeggen. Hieronder volgt het reisverslag van die vakantie, waarin het
heel erg warm was, maar ze wel erg genoten van het landschap.
|
Dag 1 |
(vrijdag 10 juli 2026) |
Het zat er aan te
komen, maar toch was de teleurstelling groot toen bleek dat René niet mee zou
kunnen naar Oostenrijk. Enfin, toch de knop maar omgezet en ervan uitgaan dat
we een mooie wandelweek tegemoet gaan.
Na een dagje thuiswerken loop ik in een half uurtje naar Rotterdam centraal. De
rest van ons gezin was niet thuis, dus die heb ik al eerder gedag gezegd. De
trein naar Utrecht en Sven stapt op Alexander in. We zijn wat vroeger
weggegaan, want we willen natuurlijk niet te laat komen en dan onze nachttrein
naar Innsbruck missen. Ook gelijk tijd genoeg om op Utrecht een frietje te
eten. De komende dagen zullen we vooral pasta eten gok ik.
Het is warm, maar gelukkig heeft de trein airco. We hebben geluk: de nachttrein
is gloedje nieuw (hij ruikt zelfs nog nieuw) en waren we altijd al tevreden met
die oude, dit is helemaal fantastisch! Alles klopt: heel slim ingericht, prima
bedden, een kamer die écht donker te maken is en superstil. Zelfs het
schommelen is weg. Of is dat misschien stiekem niet toch een beetje jammer?
|
|
In
gedachten is René bij ons. |
David komt er in
Arnhem ook bij en dan zijn we compleet. Al snel een blikje bier en hoewel de
deceptie dat René er niet bij is natuurlijk erg groot is, is het toch een leuke
avond. We drinken niet al te veel bier en om een uur of elf gaan we slapen.
|
Dag 2 |
(zaterdag 11 juli 2026) |
17 km |
Goed geslapen, tot
David om kwart voor zeven het rolgordijn opendoet en het licht is. Nog twee
uurtjes rijden tot Innsbruck. Zelfs de koffie en broodjes die we als ontbijt
krijgen vallen niet tegen. Met een paar minuten vertraging komen we aan en we
besluiten eerst koffie mét te gaan doen op het station en dan pas de stoptrein
naar ons startpunt in Hochzirl te pakken. Die gaat één keer per uur en het is
ruim twintig minuten rijden. Gelukkig vooral klimmen, want het is erg warm in Oostenrijk
en elke meter klimmen per trein scheelt straks lopend klimmen.
Om elf uur staan we dan toch op de Adlerweg en start onze wandeling. De eerste
kilometers gaan over een onverharde weg, waar wel auto’s kunnen rijden, maar
het niet vaak doen. We lopen door het bos en in de schaduw, maar toch gutst het
zweet over ons lichaam. Veel drinken, weinig eten. Om ons heen wel echt de
bergen zoals je ze verwacht in de Alpen.
|
|
Door
een kaal en leeg landschap. |
De weg stopt bij een
hek en dan gaan we over een smal wandelpad verder klimmen. De eerste drie uur
vandaag zijn echt alleen omhoog. Af en toe andere wandelaars, maar aan de
tassen te zien zijn wij de enige kampeerders op de route. Na zo’n drie uur de
hut bij Stolsteinhaus. Tijd voor koffie met apfelstrudel en een groot glas
koude limonade. Lekker. De huttenwaard is jaloers op ons dat we wildkamperen en
niet in de hut blijven slapen.
|
|
Wandelen
in de Alpen zoals we ons hadden voorgesteld. |
Na de hut nog een uur
ontzettend steil klimmen in alpine terrein. Niet moeilijk of gevaarlijk, wel
erg zwaar door de losse steentjes. Bovenop een prachtig uitzicht over allerlei
toppen, maar het waait er te hard om lang stil te staan. De afdaling is nóg
steiler en het is erg warm. Nu een uurtje zeer pittig dalen en benen van
elastiek ploffen we neer in de schaduw van wat bomen. Zeker Sven heeft erg last
van de warmte en we houden dan ook een lange pauze voor we verder lopen.
Gelukkig wordt het steeds minder steil en bij Eppzirieralm komen we op een onverharde
weg uit die ons langzaam verder naar beneden voert. Heerlijk lopen. We zoeken
een kampeerplek en al snel vinden we er eentje bij een drinkbak voor koeien. Er
staat zelfs een bankje. Terwijl ik water sta te tappen voor koffie en de
rugzakken al gedeeltelijk leeg zijn heeft één koe erg veel interesse in onze
uitrusting en likt aan rugzakken, pakt bijna de pannenset en laat zich ook niet
wegjagen. We kiezen eieren voor ons geld en pakken alles maar weer in.
|
|
Oké
koeien: we gaan al. |
Gelukkig staat er een
kwartiertje lopen verderop weer een bankje bij een drinkbak, alleen zijn hier
geen koeien. Fijn! En zo staan we om een uur of zeven de tent op te zetten, te
wassen en eten te koken. Het koelt zelfs redelijk snel af, dus fleecevest en
lange broek zijn ineens aangenaam. Na de maaltijd al snel whisky en
borrelnoten, maar het is dan al een uur of negen. David gaat wat eerder naar
bed, Sven en ik rekken het tot een uur of half twaalf. Boven ons hoofd ontelbaar
veel sterren en tot onze verbazing ook vuurvliegjes. Ik kan me eigenlijk niet
herinneren dat ik die ooit eerder heb gezien in Europa.
|
Dag 3 |
(zondag 2 oktober 2001) |
21 km |
Een koude nacht. Sven
heeft spijt van z’n zomerslaapzak. Bij het ontbijt komen we erachter dat zowel
David als ik geen bord heeft meegenomen (avondeten doen we toch wel uit de
pan). Dat wordt dus om de beurt warme pap eten elke ochtend. Verder nog een kop
thee en koffie en zo rond een uur of negen is alles afgebroken en ingepakt en
lopen we weer.
We beginnen met kilometers makkelijk dalen over een onverharde weg. De zon komt
al snel boven de berg uit. Door een kloof en uiteindelijk komen we na een
uurtje in Giessenbach, waar we koffie met apfelstrudel nuttigen.
|
|
De
route is soms redelijk goed gemarkeerd, maar niet altijd. |
Al snel weer een lange
en pittige klim, waarbij we veel last van dazen hebben. Zweten. Bovenop een
lange pauze in de schaduw en gelijk daarna weer redelijk steil dalen. Wel over
een onverharde weg, wat makkelijk loopt. Vanaf hier zien we ook regelmatig
mountainbikers. Op een zeer kleine uitzondering na allemaal elektrisch. Het pad
brengt ons in Weidach. Omdat het zondag is, is alles gesloten, behalve één
winkel, waar we koffie en koude cola kunnen drinken.
Dan kilometers langzaam stijgend over een breed fietspad langs de rivier
Leutascher Ache en vlak daarnaast een autoweg. Niet lelijk, maar ook niet heel
inspirerend dit stuk route. Na nog een klein dorpje verlaat de Adlerweg de rivier
en wordt het fietspad wandelpad. Nog een klein stukje wat steiler klimmen en
verder vrij relaxt stijgen. Bovenop wat minder bos en meer alpenweiden. Mooi.
Ook hier veel koeien met bellen.
Bij Gaistalalm drinken we om half zes nog een koud drankje en een koffie en
eten we weer een apfelstrudel. Gelukkig hadden we eraan gedacht om cash mee te
nemen: pinnen is vaak niet mogelijk in berghutten.
|
|
Ook
vandaag af en toe weer over een onverharde weg. |
We lopen nog een half
uurtje verder. Eigenlijk alleen nog maar dalen. Bij de rivier zoeken en vinden
we een plekje voor de tent en kunnen we ons wassen. Wel jammer dat er geen
bankje staat, hoewel zitten tegen je volle rugzak op zich natuurlijk ook prima
gaat.
Koffie, spagheteria, nog een koffie en dan whisky met kaas. Deze vandaag
gekochte boerenkaas smaakt heel erg lekker. Als alles op is duiken we de tent
in en slapen rond een uur of elf. Het is een stuk minder koud dan verwacht.
|
Dag 4 |
(maandag 13 oktober 2001) |
26 km |
Rond een uur of zeven wordt
het al warm in de tent en niet heel veel later beginnen we met alles in te
pakken, ontbijten en opruimen. Zo rond een uur of negen zijn we op pad en
herinnert niets meer aan onze overnachting, behalve de foto’s en verhalen.
Een warme klim over een onverharde weg. Later op de dag zullen we dik door de
dertig graden gaan denk ik. De Igelsee staat bijna droog, maar goed dat we daar
niet wilden kamperen afgelopen nacht. Water tappen was daar waarschijnlijk niet
gelukt.
|
|
Al
voor we bij de horeca zijn is het warm. |
Via een wandelpad door
het bos lopen we naar een skicentrum met uitzicht op de Zugspitze, waar genoeg
horeca is en ondanks de valse start met een verkeerd geïnterpreteerd grapje van
de ober over het bier (we zien er blijkbaar uit als mensen die om elf uur aan
het bier gaan, maar doen dat in werkelijkheid maar hoogstzelden) prima koffie
met apfelstrudel en cola.
We dalen af over een skipiste en slingerende steenslagpaden tot in het dal bij Ehrwald.
De laatste kilometers door het bos en langs de beek zijn, in tegenstelling tot
het stuk daarvoor, weer een hoogtepuntje. Boodschappen doen en dan een
bloedheet stuk over een vlakte naar Lermoos om daarvandaan met twee skiliften
zo’n duizend meter te stijgen. Bij het tussenstation eten we friet met
curryworst, maar Sven heeft zoveel last van de warmte dat het er ook weer snel
uitkomt. We besluiten daarom maar snel naar de top te gaan, waar het inderdaad
een stuk minder warm is.
Nog een tijdje pauze houden en dan dalen. Eerst een flink stuk over een
onverharde weg. Net wat minder mooi. Dan over een pad waar alleen ook
mountainbikers mogen komen. We kunnen ons bijna niet voorstellen dat je hier
überhaupt kunt fietsen en zeker omdat het ook al over vijven is zijn we oprecht
verbaasd dat twee fietsers onafhankelijk van elkaar ons passeren. Vooral die
eerste ging bloedstollend hard. Eerst een stukje klimmen over een smal pad
langs een berghelling en dan dalen. Water halen zou eventueel nog wel lukken,
een vlak plekje voor de tent vinden zeker niet. We lopen dus maar verder.
Beneden bij de weg lopen we niet langs de snelweg, maar heeft David gelukkig
een veiligere route gevonden. Lijkt me zinvol om dit standaard de route van de
Adlerweg te laten worden. (Noot: op de website van de route blijkt dit inmiddels het geval
te zijn).
We zoeken nog steeds water en een kampeerplekje, maar de enige keer dat dat lukte
zaten er zoveel dazen dat we uiteindelijk doorlopen naar de camping bij
Fernstein. De route er naartoe wel erg mooi en zelfs een stuk over een oude
Romeinse weg.
|
|
Bijna
op de camping. |
Uiteindelijk zijn we
tegen acht uur op de camping. Een lange en zware dag zit erop. Eerst maar wat
drinken en dan de tent opbouwen en eten koken. Het is al bijna donker en nadat
we ook gedoucht hebben is het tijd voor een afzakkertje en daarna te gaan slapen.
Een warme nacht.
|
Dag 5 |
(dinsdag 14 oktober 2001) |
17 km |
Slecht geslapen, maar toch
staan we wat later op. De warme pap smaakt gelukkig wel lekker. De zon blijft
wat achter de wolken, dus is het iets minder warm dan de afgelopen dagen. Rond
half tien lopen we de camping af en al snel wandelen we over een
mountainbikepad door het bos. We hebben besloten Loreahütte te skippen en de
onderlangs route te nemen. Scheelt heel veel hoogtemeters en na de lange en
zware dag gisteren en de nog te klimmen meters van vandaag is het niet erg om
de route iets minder zwaar te maken.
Na een paar kilometer bospad een onverharde weg die ook heel steil omhooggaat.
Ondertussen wordt de lucht steeds zwarter en horen we de donder. Bij de eerste
druppels trekken we de regenpakken aan en even later stortgiet het. Gelukkig
houdt het redelijk snel weer op en wordt het droog. Nog later op de dag zelfs
weer veel zon, maar wel minder warm dan de voorgaande dagen.
|
|
Tussen
en op de almen. |
Waar de weg smaller
wordt, wordt het landschap mooier en de weg ook minder steil. Weidser, almen en
afwisselender. Uiteindelijk komen we bij Tarrentornalm, waar we koffie met
appelcake en cola nuttigen.
Daarvandaan geen weg meer, maar een smal pad. Vanaf nu één hoogtepunt. Eerst
langzaam klimmen tussen schapen en links en rechts van ons hoge bergen. We
lopen steeds meer richting het punt waar de bergen elkaar zullen raken en we
een zadel over moeten. Flink klimmen, maar weer nergens spannend of eng.
Behalve dan misschien die geit die Sven aanviel?
|
|
Steil
afdalen. |
We klimmen tot ruim
2.400 meter. Een paar stukken over morenen, maar geen sneeuwveldjes gekruist.
Veel foto’s maken. Wandelen zoals we hoopten te wandelen. Na het zadel een hele
steile zigzag naar beneden. Van boven leek die heel spannend te worden, maar in
de praktijk viel het heel erg mee. Na de daling weer een stukje klimmen naar
een volgend pasje en dan opnieuw dalen. Niet heel lang: al snel zien we een
prachtig kampeerplekje bij stromend water. De tent heeft niet vaak op zo’n mooi
plekje gestaan!
|
|
Wat
een prachtige kampeerplek! |
Eerst een kop koffie
en dan tentje bouwen en eten koken. We slapen op bijna 2.100 meter, dus heel
warm zal het waarschijnlijk niet worden verwachten we. Na het eten al snel
whisky en borrelnoten en tegen de tijd dat alleen Sven nog whisky in z’n mok
heeft (en die niet wil delen met z’n vrienden…) vallen de eerste regendruppels.
Snel de tent in.
|
Dag 6 |
(woensdag 15 oktober 2001) |
14 km |
’s Nachts heel veel
regen en onweer. We slapen erg slecht. Daarnaast is het vies warm in de tent. Een
nacht om snel te vergeten. We blijven liggen tot een uur of negen en het droog
is. Snel alles inpakken. Ons idee is naar de hut een kilometer verderop te
lopen en daar te ontbijten. Helaas: we kunnen er niet binnen zitten en moeten
dan ook nog twintig minuten wachten voor we eten kunnen krijgen. We besluiten
daarom maar een stukje verder te lopen en dan zelf thee te zetten en hartkeks
uit de rugzakken te eten.
Net als we na dit ontbijt weer willen gaan lopen gaat het weer regenen. We klimmen
voor de laatste keer deze vakantie. Tussendoor de regenpakken nog een keer uit
en later nog één grote bui, waarbij ze weer even aangaan. De klim is relatief
makkelijk, net als de daling die daarop volgt. Wederom een prachtige route door
een alpine landschap.
|
|
Gelukkig
trekt de regen al snel weer weg. |
Uiteindelijk komen we
beneden bij een asfaltweg en volgen daar parallel aan een weg een mooi
slingerend pad tussen weilanden, langs een beek en tussen bosschages en koeien.
Genieten.
De horeca in Pfafflar is dicht, die in Boden open. Een lange en late
lunchpauze. Vanwege de grote bui die dan valt rekken we de pauze en gaan pas
tegen vieren weer verder. Daar verlaten
we de Adlerweg en volgen verder een alternatieve route, de 19A. Eerst over een
asfaltweg en al snel over een onverharde weg langs een steile berghelling.
|
|
Relaxt
lopen. |
Heerlijk lopen, alleen
een kampeerplekje vinden wordt lastig. Uiteindelijk lukt het toch en ook nog
bij een snelstromend watertje. Tent opzetten om te drogen en eerst een kop
koffie drinken. Vrij snel nadat we ons gewassen hebben begint het te regenen en
dat blijft het min of meer onafgebroken doen tot we gaan slapen. Dat betekent
koken net buiten de voortent en eten in de binnentent. Ook de whisky en
borrelnoten nuttigen we liggend of zittend op ons matje. Toch een bijzondere
bonte avond.
|
Dag 7 |
(donderdag 16 oktober 2001) |
10 km |
De laatste wandeldag.
Tijd genoeg, dus we staan pas om half acht op en zo’n anderhalf uur later zijn we
op pad. We lopen de onverharde weg af en die blijkt dood te lopen. Geen wonder
dat we geen auto’s hebben gezien. Het bospad daarna gaat eerst vrij steil
omhoog en dan omlaag in een kloof. Veel salamanders op het pad. Het is nog niet
zo warm, later zal het dat wel weer worden.
|
|
Op
de onverharde weg. |
We komen uit op een
andere onverharde weg en die brengt ons naar een asfaltweg in het Lechdal.
Vanaf daar nog een paar kilometer over een stille asfaltweg vlak lopen naar
Häselgehr met om ons heen de Alpen. Een mooie afsluiter.
|
|
Groepsfoto
met van links naar rechts Jan, Sven en David. |
In Häselgehr een half
uur wachten op de bus. Bij de halte een koffietentje met zelfgebakken taarten.
Beter kan niet. Na de eerste busrit een overstap van een uur. Tijd om te
lunchen. Uiteindelijk arriveren we iets over vieren in Innsbruck. Onderweg
regelmatig de Adlerweg gekruist. Altijd leuk.
Ons hotel zit letterlijk op het station. Eerst alle natte spullen uithangen (ik
heb ze immers overmorgen weer nodig, als ik de Essexway in Engeland ga lopen), douchen
en dan richting Alt Stadt lopen. Souvenirtjes voor het thuisfront kopen, een
biertje drinken en schnitzel eten. Na nog een afzakkertje in de wijnbar gaan we
terug naar ons hotel en niet heel veel na tienen zijn we op de kamers. Sven
blijkt daar een vaag mailtje van de OBB te hebben gekregen over gewijzigde
treinen, maar er staat niet bij hoe of welke. We raadplegen diverse
routeplanners en alles lijkt gewoon te rijden. Morgenochtend maar kijken hoe en
wat. Op dit tijdstip is er geen helpdesk telefonisch bereikbaar.
|
Dag 8 |
(vrijdag 17 oktober 2001) |
We zijn wakker voor de
wekker. Alles inpakken en even langs het informatiecentrum. Alle treinen lijken
gewoon te rijden en na het ontbijt is het 08.20 en rijden we richting München.
Uit ons chatcontact met de Treinreiswinkel bleek dat de mail over een eerdere
wijziging van onze tickets ging. Zucht…
Enfin, in München een uurtje wachten op de trein naar Düsseldorf en dan de ICE
naar Utrecht. Helaas met een klein half uur vertraging. Toch wel een lange dag
in de trein zo. Enfin, op Arnhem verlaat David de trein en Sven en ik nemen op
Utrecht de intercity naar Rotterdam. Daar vandaag nog een klein stukje met de
tram en naar huis lopen. Eén nachtje thuis slapen en dan lekker weer een weekje
samen met Hanneke in Engeland de Essexway
gaan lopen! Hopelijk wordt het net zo’n mooie week als deze (maar dat zal
ongetwijfeld). Vrienden bedankt, ik heb weer genoten!
Terug naar hikes in Europa.
Terug naar (wandel) vakanties.